TUSSEN WESTKAPELLE EN ZOUTELANDE
Over typisch Zeeuws strand
door JOOP DUIJS
Klik hier voor een routekaartje of een Garmin-bestand (gdb of gpx , klik met rechts en 'bewaar als')
Toch voor de zekerheid eens poolshoogte gaan nemen in dat, zo lijkt het wel, altijd zonnige Zeeland. In Westkapelle om precies te zijn, waar de Noordzee naadloos overgaat in de Westerschelde. Het plaatsje is vooral bekend om zijn vuurtoren die vrijwel de hele wandeling vanuit alle hoeken valt te bewonderen. Het ’HogeLicht’ is het overblijfsel van de St.-Willibrorduskerk die in 1831 door brand verloren ging. Later werd er een baken op geplaatst, zodat hij als vuurtoren dienst kon doen.
Op 3 oktober 1944 was het hier écht oorlog toen de dijken rond het dorp door Britse bommenwerpers werden gebombardeerd om Walcheren onder water te zetten en zo makkelijker het eiland van de Duitsers te kunnen bevrijden. De bommenhel kostte liefst 180 inwoners van Westkapelle het leven – ze liggen achter ’het Hoge Licht’ in een halve cirkel begraven – terwijl het plaatsje zelf zo goed als van de kaart werd geveegd door de granaten en het binnenstromende zeewater.
Een maand later landden de geallieerden met landingsvaartuigen ten noorden en zuiden van het ontstane dijkgat, maar pas op 12 oktober 1945 kon het water eindelijk worden gestopt. Het bombardement veroorzaakte enorme kolkgaten en stroomgeulen, waardoor o.m. de Westkapelse Kreek ontstond, en daar lopen we na het verlaten van het plaatsje naartoe. Aanvankelijk nog door bosschages uit het zicht gehouden, maar als we een paar uur later terugkeren zien we een fraaie plas met talloze watervogels, die prima gedijen in het brakke water.
Maar eerst gaan we richting Zoutelande. Over typisch Zeeuws platteland met vele hectares aardappelen, uien, suikerbieten en zomers ook bloemzaadteelt, wat de akkers schitterend laat kleuren. Onderweg passeren we de Vliedberg, een ongeveer vier meter hoge heuvel en ooit een vluchtplaats voor het water en de Vikingen die hier plunderend langskwamen.
Als we Zoutelande binnenkomen, passeren we de uit 1722 daterende korenmolen die net door de molenaar op gang wordt gebracht. Prachtig, dat geluid van de ronddraaiende wieken. We lopen verder naar het strand dat aan het eind van dezelfde straat achter de hoge dijk lonkt. Omdat men net bezig is de dijk te versterken, moeten we via de gezellige boulevard het dorp weer uit. Als we even verderop dan eindelijk het strand op kunnen, lezen we dat er jaarlijks 12 miljoen m³ zand door Rijkswaterstaat wordt opgespoten. Om even een idee te krijgen: dat is een strook zand van 2 meter hoog en 2 meter breed van Rotterdam naar Barcelona en terug!
Typisch Zeeuws dat strand. Met lange rijen in de grond geheide boomstammen als golfbrekers en om de paar honderd meter een strandpaviljoen. De zeeschepen van en naar Vlissingen en Antwerpen varen hier vlak onder de kust langs en dat alles geeft het strandleven een extra dimensie. Nadat we het duin weer zijn opgegaan, lopen we nog een stukje langs de Westkapelse Kreek en keren langs de loods van de KNRM en het laatste stukje strand terug naar Westkapelle.
Op de dijk passeren we een Sherman tank, als herinnering aan de bevrijding die zoveel inwoners het leven kostte, die nu een heerlijk klimrek is voor spelende kinderen. Voordat we aan de lange rit huiswaarts beginnen nog een lekkere portie mosselen met friet besteld. Niet te lang wachten, want ze zijn er nog maar even!
.
Op de fiets in Zeeuws-Vlaanderen
Een landje apart
door FRANS SCHRADER (za 19 dec 2009,)
Het vertrek is aan de fraaie Veerhaven waar u natuurlijk rond deze tijd gemakkelijk kunt parkeren. Hier, in Zeeuws-Vlaanderen, praten de autochtonen liefkozend over hun thuisfront. Ze noemen het maar al te vaak ’landje apart’. Het is een stukje land van contrasten. Modern strandplezier gaat hier gepaard met een achterland waar ruimte en rust heersen. Beide elementen komt u op deze tocht tegen.
Aan de kustlijn fietst u met uitzicht op enorme palenrijen als golfbrekers. In het achterland staan akkers vol tarwe, aardappelen en maanzaad. De wind heeft hier vrij spel in de toppen van de vele populieren. Zwaluwen vliegen er massaal rond. Krijgt u het onderweg koud, en dat kan deze dagen al snel gebeuren, dan moet u even langs bij een van de vele warme bakkers om een lekkere Zeeuwse bolus te verschalken: goed voor nieuwe energie!
In Breskens is er het beroemde visserijmuseum. Het is een wederopbouwstadje. Nog in 1944 werd het door de Duitsers platgebombardeerd. U ziet prachtig hoe over de Westerschelde enorme zeereuzen het ruime sop kiezen. In het museum illustreren scheepsmodellen, maquettes en films ruim een eeuw visserij. Hier kunt u langs de kust zomaar een haaientand vinden! Richting Schoondijke en vervolgens Oostburg is er de Generale Prins Willempolder, de grootste polder van Zeeuws-Vlaanderen. Hij is rond 1650 drooggemalen en vernoemd naar de stadhouder Willem II.
U passeert de Nieuwkerkse Kreek. Voor de bedijking was Zeeuws-Vlaanderen een eilandenrijk, doorsneden door kreken en geulen. Genoemde kreek is bewaard gebleven en in 1613 door de Krabbedijk afgedamd. Het water is er breed, de oevers diepgroen en de vogelpopulatie enorm.
In Oostburg treft u de watertoren. De toren werd in 1944 verwoest en zes jaar later kwam de huidige ervoor in de plaats. Op de wand is een grote scheur geschilderd en er lijkt water uit de toren te druppen.
Bij Oostburg vindt u ook het Groote Gat. Het was vroeger een belangrijke ader, onderdeel van de vaarweg die Brugge met open zee verbond. Ook hier weer enorme broedgebieden van vogels met zeldzame exemplaren zoals de blauwborst en het baardmannetje.
We fietsen noordwaarts richting Nieuwvliet en passeren de Verdronken Zwarte Polder. Die ligt ten westen van Nieuwvliet-Bad. De polder dankt zijn (n*aam aan het feit dat-ie begin 1800 is verdronken. Klei en slib werden door het zeewater afgezet. Het leverde schorren, geulen en zandruggen op, kortom een prachtige mix der natuur. Ook groeien er zoutminnende planten zoals lamsoor en zeekraal. Het toont aan hoe uniek dit natuurgebied is.







